De gevolgen van de keuze van het college om de thuiszorg opnieuw aan te besteden, heeft de afgelopen maanden gezorgd voor veel onrust bij zorgontvangers en werknemers in de thuiszorg. Ruim 4300 cliënten moesten overstappen naar een nieuwe thuiszorgorganisatie en meer dan 1000 hulpen kregen te horen dat hun arbeidscontract bij hun huidige werkgever zou worden beëindigd.
Bovendien resulteerde de herindicatie van de zorgbehoefte vaak tot aanpassing van het aantal zorguren. Het gevolg van het terugbrengen van het aantal zorguren was dat hulpen met hun klanten minder zorguren meebrachten naar hun nieuwe werkgever, hetgeen in veel gevallen leidde tot een arbeidscontract met minder uren. In enkele gevallen washet zelfs aanleiding voor de nieuw beoogde werkgever om de hulp geen arbeidsovereenkomst te bieden. Kortom, het behouden van de soms jarenlange vertrouwensrelaties tussen hulp en klant was een moeizaam en gecompliceerd proces. Nu de deadline voor het kiezen van een thuiszorgaanbieder is verstreken, informeerde fractievoorzitter Miriam Haagh in het vragenuur van de raadsvergadering van 10 november naar de resultaten.
Cliëntenorganisaties en vakbonden hebben de afgelopen weken hun zorgen uitgesproken over het behoud van de cliënt-hulp relaties na 1 januari 2012, omdat veel hulpen nog geen contract bij de nieuwe aanbieders zouden hebben. Afgelopen vrijdag was het 4 november, de deadline voor cliënten om een definitieve keuze door te geven aan de gemeente voor hun aanbieder vanaf 2012. In het implementatieplan staat dat de deadline voor de aanbieders voor de aanlevering van de definitieve klantenlijst met invulling vaste hulp 10 november 2011 is.
De PvdA verwacht dat ons stadsbestuur bovenop deze situatie zit en als een goede regisseur ervoor zorgt dat kwalitatief en kwantitatieve goede zorg, nu en na 1 januari gewaarborgd is. Wij zien dan ook de volgende vragen graag vanavond beantwoord zodat het voor iedereen helder is hoe de zaken er nu voor staan:
1. Hoeveel cliënten hebben na de eerste standaardindeling aangegeven over te stappen naar een andere aanbieder of een andere manier van zorg?
2. Welk percentage van de klant-hulp relaties blijven in stand?
3. Hoeveel medewerkers hebben nu een contract bij één van de nieuwe aanbieders?
4. Heeft het college er vertrouwen in dat de nieuwe aanbieders voldoende personeel hebben geworven om per 1 januari de juiste hoeveelheid en kwaliteit zorg te kunnen bieden?
5. Kan het college aangeven hoeveel werknemers er bij de contracten met de nieuwe aanbieders er in salaris en arbeidsvoorwaarden op vooruit, achteruit zijn gegaan of gelijk zijn gebleven?
6. Wat is de aanpak van het college om ervoor te zorgen dat er tot eind december door de huidige zorgaanbieders de zorg geleverd wordt zoals dat afgesproken is?
Het antwoord van de wethouder: "De uitvoering van het implementatieplan voor de nieuwe zorgaanbieders ligt op schema." Alle cliënten zijn ondergebracht bij een nieuwe thuiszorgaanbieder of hebben gekozen voor een andere zorgvorm dan zorg in natura. Aan circa 80% van de cliënten is inmiddels een hulp toegewezen. In ongeveer 60% van de gevallen is de toegewezen thuiszorgmedewerker de vertrouwde hulp.Voor de resterende 20% zorgbehoevenden die nog geen medewerker toegewezen hebben gekregen wordt nog een (nieuwe) hulp gezocht. De wethouder verwacht dat het toewijzingsproces voor deze rond de 800 huishoudens voor eind november zal zijn afgerond. Zo'n 1000 cliënten hebben voor een andere zorgaanbieder gekozen dan waarbij de gemeente hen initieel had ingedeeld.
Over de stand van zaken m.b.t. de werknemers in de thuiszorg kon de wethouder geen getallen noemen. De primaire verantwoordelijkheid voor de arbeidscontracten van de hulpen ligt niet bij de gemeente. De gemeente is slechts verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg. De wethouder gaf geen enkele blijk van begrip of zorg voor de ingrijpende gevolgen van de aanbesteding voor veel medewerkers in de thuiszorg. Uitermate teleustellend.