Lobbykosten Culturele Hoofdstad moeten omlaag

Geschreven door Arend Hardorff op 10 november 2011

Brabantstad (samenwerkingsverband tussen Breda, Tilburg, Den Bosch, Eindhoven en Helmond) is in de race om in 2018 de Culturele Hoofdstad van Europa te worden. De Brabantse steden proberen hun concurenten Utrecht, Den Haag en Maastricht te overtreffen met hun culturele plannen voor 2018. Hoewel de PvdA-fractie de waarde van een dergelijke titel erkent, is de miljoenen kostende concurrentiestrijd tussen de steden een doorn in het oog.

Tijdens de behandeling van de begroting diende de fractie een amendement in om het budget voor 2012 voor de lobbykosten terug te brengen van € 200.000,- naar € 100.000,-. Dat zou volgens het college niet mogelijk zijn i.v.m. de door de steden onderling gemaakte afspraken. Nu blijkt echter dat Eindhoven, de stad die nota bene de voortrekkersrol toebedeeld heeft gekregen, de bijdrage aan de bidbook omlaag brengt! Reden genoeg voor Arend Hardorff om het college daarover te bevragen.

Geacht College,

Op dit moment neemt Breda, samen met andere steden in Brabant, deel aan de voorbereiding van de bid voor Culturele Hoofdstad 2018. Het is de PvdA op dit moment onduidelijk hoe dat proces concreet wordt vormgegeven en hoe daarmee de kosten die Breda investeert in de bid worden besteed. Ook in de stad is het onduidelijk hoe, na het beëindigen van de opdracht aan cultuurmakelaar Geurt Grosveld, dit proces wordt aangestuurd, wie er betrokken zijn en hoe beslissingen tot stand komen.

De PvdA heeft altijd aangegeven de kansen te zien van deelname aan het Culturele Hoofdstad-project, maar dat voor het slagen ervan het cruciaal is hoe dat proces wordt aangestuurd. Wat ons betreft is dat onduidelijk en lijkt het hele proces een soort “black box” waarvan het onduidelijk is wat er uit moet komen en hoe dat tot stand komt. Een beeld dat ook mensen en organisaties uit de Bredase cultuursector met ons delen.

Bij de begrotingsbehandeling 2012 is een amendement van de PvdA verworpen om het bedrag dat Breda investeert in het bidbook terug te brengen van 2 ton naar 1 ton euro per jaar. Het amendement werd eerder die avond ontraden door het College met het argument dat die 2 ton per jaar het bedrag was waaraan alle vijf de steden zich hadden gecommitteerd. Navraag leert echter dat ook in Eindhoven discussie was over de hoogte van het investeringsbedrag per stad en dat schriftelijk de volgende toezegging aan de Raad is gedaan door de verantwoordelijk wethouder: “…voor de bidbookfase in de jaren 2012 en 2013 en bedrag van 200.000 euro te reserveren ten behoeve van het tot stand komen van het bidbook, campagne, draagvlak, onderzoek en organisatie en dit bedrag expliciet op te nemen in de begroting. Het bedrag dat in 2012 en 2013 beschikbaar wordt gesteld wordt in eerste instantie gemaximeerd op jaarlijks 100.000 euro. Hierbij is 50% cofinanciering het uitgangspunt…” (raadsnummer iiR4306, 27 mei 2011)

Dit betekent dat in principe 100.000 euro het uitgangspunt is en dat pas met een gemotiveerd verzoek (door het provinciale programmabureau) de Eindhovense raad kan beslissen over het uitgeven van de volledige 200.000 euro. Daarnaast streeft het College naar 50% cofinanciering, zelfs als er maar 100.000 wordt uitgegeven. Dat is een benadering die de PvdA Breda van harte kan ondersteunen en veel meer past in een tijd dat er voorzichtig met geld omgegaan moet worden in een stad met een aanzienlijke bezuinigingstaakstelling.

Op basis van bovenstaande analyse en informatie stelt de PvdA de volgende vragen aan het College:

  1. Kan het College uitgebreid duidelijk maken wat op dit moment de gemeente Breda concreet doet als bijdrage voor het bidbook BCH 2018? Kan het College ook duidelijk maken hoe, net als in Eindhoven, de gehele stad wordt betrokken bij dat proces (anders dan het aanmoedigen om deel te nemen aan de provinciale call for ideas)?
  2. Kan het College duidelijk maken wat de huidige rol van de afdeling Cultuur is m.b.t. de voorbereiding van de bid? Kan het College duidelijk maken hoe deze inspanning in verhouding staat tot de opdracht aan en werkzaamheden van de afdeling Citymarketing en Externe Betrekkingen?
  3. Kan het College concreet aangeven hoe de voorgestelde 200.000 euro per jaar uitgegeven worden? Welk deel wordt besteed aan ambtelijke inzet en welk deel aan andere kosten? Waaruit bestaan die andere kosten?
  4. Is het College op de hoogte van het gegeven dat het Eindhovense College wel aan haar raad heeft toegezegd dat investeringsbedrag de komende 2 jaar in principe te maximeren op 100.000 euro? Kan het College ook aangeven wat ze daarvan vindt en welke consequentie ze daaraan verbindt?
  5. Is het College bereid een dergelijk voorstel ook in Breda uit te werken en aan de raadscommissie Maatschappij voor te leggen?

De PvdA ziet met belangstelling de beantwoording van onze vragen tegemoet.

Arend Hardorff, PvdA           

Plaats zelf een reactie