De landelijke overheid draagt steeds meer verantwoordelijkheden over naar de gemeenten. Omdat de gemeente de bestuurslaag is die het dichtst bij mensen staat, zou de gemeente deze taken beter en goedkoper zouden moeten kunnen uitvoeren. Voor de gemeente zijn zulke transitieprojecten uitdagende en complexe trajecten waarop een duidelijke regie onontbeerlijk is. Solveig en Richard stelden het college daar vragen over.
Geacht College,
Binnenkort wordt in de Tweede Kamer het wetsvoorstel behandeld over de overheveling van de externe begeleiding Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit is een ingrijpende wetswijziging, die veel Bredanaars gaat raken. Er zijn nog veel zaken onduidelijk:
• Het budget. De minister komt met een doelmatigheidskorting van 5%. Er bereiken ons echter signalen dat het aantal indicaties in 2011 voor begeleiding vanuit de AWBZ veel meer zijn gestegen dan de nominale groei waar de minister van uitgaat. Indien deze groei ook in Breda plaats vindt, heeft dit significante financiële consequenties.
• De verdeelsleutel. Komt er een budget dat gebaseerd is op historische kosten of een nieuw objectief verdeelmodel waarvan de financiële gevolgen voor veel steden nog onbekend zijn?
• Inloopvoorzieningen GGZ. Op dit momenten worden de inloopvoorzieningen GGZ in de grote steden uit de AWBZ gefinancierd. De minister wil dit geld over alle gemeenten spreiden i.p.v. de middelen aan de centrumgemeenten te geven. Hierdoor kunnen grote steden als Breda financieel in de knel komen, terwijl kleine steden geld ontvangen voor voorzieningen die zij niet hebben.
• De invoeringsdatum. Het Rijk en de VNG hebben eerder één jaar voorbereidingstijd afgesproken, tussen het afronden van het wetstraject en de invoering van de decentralisatie AWBZ-begeleiding. Nu het wetstraject niet voor 1 januari jl. is afgerond, is niet duidelijk of daarmee ook de invoeringsdatum van 1 januari 2013 verschuift.
De fractie van de PvdA gaat ervan uit dat het college in deze voorbereidende fase met zorgpartners in de gemeente de krachten bundelt en dat u alles uit de kast haalt om de Bredanaars, die deze zorg nodig hebben, ook in de toekomst te kunnen blijven ondersteunen.
Daarom stellen wij u de volgende vragen:
- Welke positie heeft de Gemeente Breda ingenomen op bovenstaande punten?
- Wat onderneemt u, al dan niet samen met zorgaanbieders, in dit beslissende stadium richting Tweede Kamer en Regering, met betrekking tot de hoogte van de budgetten, de verdeelsleutel en de ingangsdatum van de overheveling van de begeleiding uit de AWBZ?
- Is in Breda het aantal indicaties voor begeleiding in 2011 hoger dan in 2010, zo ja: hoeveel procent? Wat heeft dit voor (financiële) consequenties voor Breda, als de Minister vasthoudt aan peiljaar 2010?
In afwachting van uw antwoord,
namens de Partij van de Arbeid fractie Breda,
Solveig van Mourik – van der Bruggen
Richard Blankenstein